![]() |
|
|
Repeated trauma in adult life erodes the structure of the personality already formed, but repeated trauma in childhood forms and deforms the personality. The child trapped in an abusive environment is faced with formidable tasks of adaptation. She must find a way to preserve a sense of trust in people who are untrustworthy, safety in a situation that is unsafe, control in a situation that is terrifyingly unpredictable, power in a situation of helplessness. Unable to care for or to protect herself, she must compensate for the failures of adult care and protection with the only means at her disposal, an immature system of psychological defenses. The core experiences of psychological trauma (caused by human violence) are disempowerment and disconnection from others. Recovery, therefore, is based upon the empowerment of the survivor and the creation of new connections. Recovery can take place only within the context of relationships; it cannot occur in isolation. In her renewed connections with other people, the survivor recreates the psychological faculties that were damaged or deformed by the traumatic experiences. These faculties include the basic capacities for trust, autonomy, initiative, competence, identity and intimacy. Just as these capacities are originally formed in relationships with other people, they must be reformed in such relationships. Herhaalde traumatische gebeurtenissen op volwassen leeftijd hollen de structuur van de reeds gevormde persoonlijkheid uit, maar herhaalde traumatische gebeurtenissen in de kindertijd vormen en vervormen de persoonlijkheid. Het kind dat gevangen zit in een omgeving waar van mishandeling sprake is, krijgt met enorme aanpassingsmoeilijkheden te maken. Ze moet op een of andere manier het gevoel blijven houden dat ze kan vertrouwen op mensen die onbetrouwbaar zijn, dat ze veilig is in een onveilige situatie, dat ze controle heeft over een situatie die angstaanjagend onvoorspelbaar is en dat ze over macht beschikt in een toestand van hulpeloosheid. Aangezien ze niet voor zichzelf kan zorgen en zichzelf niet kan beschermen, moet ze het ontbreken van zorg en bescherming van de kant van volwassenen compenseren door het enige middel waarover ze beschikt, namelijk een onvolgroeid stelsel van psychische afweermechanismen. De kernervaringen van psychologisch trauma (veroorzaakt door menselijk geweld) zijn onmacht en isolement. Het herstel van de overlevende berust er derhalve op dat ze weer macht krijgt en zich weer verbonden voelt met anderen. Herstel is alleen mogelijk binnen de context van relaties; het kan niet in een isolement plaatsvinden. In haar hernieuwde verbondenheid met anderen maakt de overlevende zich opnieuw de psychische vermogens eigen die door de traumatische ervaringen zijn beschadigd of vervormd. Deze vermogens liggen op het vlak van vertrouwen, autonomie, initiatief, competentie, identiteit en intimiteit. Zoals ze oorspronkelijk tot stand zijn gekomen, zo moeten ze ook weer worden opgebouwd: in relaties met andere mensen. - Judith Herman
|
|